Buronia · Rekenmachine

Huurtoeslag-rekenmachine 2026

Snelle indicatie van uw huurtoeslag voor 2026 — gebaseerd op de huurplafonds en inkomensgrenzen van de Belastingdienst.

Bu hesaplayıcı şu anda yalnızca Nederlands dilinde mevcuttur.

700
22000
30

Bron: Belastingdienst — Huurtoeslag 2026

Meer over huurtoeslag

Gedetailleerde uitleg per invoerveld, de wiskunde erachter en de geldende wetgeving — handgeschreven, met bronvermelding.

Hoe werkt de huurtoeslag-rekenmachine?

De Buronia huurtoeslag-rekenmachine geeft een eerste indicatie van het bedrag dat een huishouden in 2026 maandelijks van Dienst Toeslagen (de uitvoerder voor de Belastingdienst) kan ontvangen. Het invulscherm vraagt vijf gegevens: de kale maandhuur, het toetsingsinkomen op jaarbasis, het type huishouden (alleenstaand, alleenstaand met AOW, meerpersoons, of meerpersoons met AOW), de leeftijd van de hoofdaanvrager en de huishoudgrootte. Op basis daarvan wordt het verwachte recht zichtbaar.

De rekenkern volgt de structuur van de wettelijke huurtoeslagformule: een gedeelte van de huur tot de maximumhuurgrens wordt afgezet tegen een normhuur (de basishuur), die zelf afhankelijk is van het inkomen. Bij een inkomen rond het wettelijk minimum is de basishuur €268,18 per maand; daarboven loopt de basishuur op naarmate het inkomen stijgt. Het verschil tussen de in aanmerking te nemen huur en de basishuur vormt de subsidie, met afbouwpercentages voor de bovenste huurschijven.

De tool slaat geen persoonlijke gegevens op en is geen vervanging voor de officiële proefberekening van Dienst Toeslagen. Het doel is om vóór een aanvraag te begrijpen of huurtoeslag haalbaar is, hoeveel verschil een loonsverhoging maakt of wat het effect is van een verhuizing naar een duurdere of goedkopere woning. Voor de definitieve aanvraag of een bezwaar tegen een terugvordering blijft de proefberekening op belastingdienst.nl en het portaal Mijn toeslagen leidend.

De grootste 2026-wijziging die de calculator weerspiegelt is dat servicekosten niet langer meetellen voor de huurtoeslag — alleen de kale huur. Daarnaast is de leeftijdsgrens voor de jongerenregeling verlaagd van 23 naar 21 jaar; tussen 21 en 22 geldt voortaan de standaard maximumhuur in plaats van de lagere jongerenhuur. Beide wijzigingen volgen uit de Wet versterking regie volkshuisvesting en de jaarlijkse aanpassingen op grond van de Wet op de huurtoeslag.

Wettelijke grondslag: Wet op de huurtoeslag en Awir

De huurtoeslag is geregeld in de Wet op de huurtoeslag (Wht). Die wet definieert wat huur, rekenhuur en basishuur zijn, welke huishoudens recht hebben en hoe de toeslag wordt berekend. Naast de Wht is de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) van toepassing. De Awir bevat algemene regels voor alle inkomensafhankelijke toeslagen — huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget — over het toetsingsinkomen, de partner- en medebewonersbegrippen, de bezwaar- en beroepsprocedure en terugvorderingen.

Het toetsingsinkomen is het verzamelinkomen of belastbaar loon van de aanvrager, eventuele toeslagpartner en medebewoners zoals dat door de Belastingdienst wordt vastgesteld. Bij de start van een toeslagjaar werkt Dienst Toeslagen met een schatting; na afloop wordt deze definitief vastgesteld op basis van de aangifte inkomstenbelasting. Een verschil tussen schatting en werkelijkheid leidt tot een nabetaling of terugvordering. Dit is een zeer veel voorkomende oorzaak van problemen bij toeslaggerechtigden.

Het partnerbegrip volgt artikel 3 Awir. Niet alleen gehuwden of geregistreerde partners worden als toeslagpartner gezien, maar onder voorwaarden ook samenwoners, mensen met een gezamenlijk kind of mensen die op één adres ingeschreven staan met bepaalde formele banden. Wie zonder dat te weten een toeslagpartner heeft, kan onbedoeld te veel huurtoeslag ontvangen omdat het toetsingsinkomen formeel het inkomen van twee personen is. Dat is een terugkerend struikelblok dat de calculator niet kan diagnosticeren maar wel signaleert via de keuze "meerpersoons".

Sinds de affaires rond toeslagen (kinderopvangtoeslagaffaire, 2018-2024) heeft de wetgever extra waarborgen ingebouwd: hardheidsclausules, ruimere matiging bij terugvorderingen en een uitvoeringspraktijk die meer rekening houdt met de menselijke maat. Voor huurtoeslag betekent dat onder meer dat formele fouten niet altijd tot integrale terugvordering leiden. Voor de aanvrager blijft het verstandig wijzigingen direct door te geven via Mijn toeslagen.

Berekening 2026: maximumhuurgrens, basishuur en afbouw

De huurtoeslag is opgebouwd in drie lagen. Eerst geldt een maximumhuurgrens: voor 2026 is dat €932,93 per maand voor de meeste huishoudens en €498,20 voor jongeren onder de 21 jaar. Boven die grens telt de huur niet meer mee voor extra toeslag, maar — anders dan vóór 2026 — sluit een huur boven de grens je niet langer per definitie uit. De huur tot de maximumgrens wordt vergeleken met je basishuur. Het verschil is in beginsel je toeslag, met afbouwpercentages naarmate de huur in hogere schijven valt.

De basishuur is het deel van de huur dat je geacht wordt zelf te dragen. Bij een huishoudinkomen rond het wettelijk minimumloon is de basishuur €268,18 per maand. Naarmate het toetsingsinkomen stijgt, loopt de basishuur op via een formule met inkomenscoëfficiënten die jaarlijks in de Uitvoeringsregeling Wht worden gepubliceerd. Bij een inkomen ruim boven de inkomensgrens wordt de basishuur uiteindelijk gelijk aan de in aanmerking te nemen huur en valt het recht op toeslag weg.

Een gestileerd voorbeeld: een alleenstaande van 30 jaar met een toetsingsinkomen van €22.000 en een kale huur van €700. De huur ligt onder de €932,93-grens. De basishuur op dit inkomen ligt rond de €268-€280 (afhankelijk van de exacte tabelwaarde). Het verschil van circa €420-€430 wordt grotendeels vergoed, met enkele tientallen euro afbouw voor het hogere huurdeel boven de zogeheten kwaliteitskortingsgrens. Indicatieve uitkomst: €380 tot €420 huurtoeslag per maand. Voor een AOW-gerechtigde alleenstaande met dezelfde huur en €20.884 bruto AOW is het bedrag iets hoger door een gunstiger basishuur.

Tweede voorbeeld: een meerpersoonshuishouden met €34.000 inkomen en €820 kale huur. Het inkomen ligt boven de standaarddrempel; de basishuur stijgt fors mee, zodat het verschil tussen huur en basishuur klein wordt. De toeslag valt al snel onder de €100 per maand of zelfs op nul. Derde voorbeeld: een alleenstaande student van 20 met €280 huur en €11.000 inkomen. Voor jongeren onder de 21 telt huur boven €498,20 niet mee, maar bij een huur onder die grens is het reguliere model van basishuur en afbouw van toepassing. De toeslag ligt indicatief tussen de €30 en €100 per maand, sterk afhankelijk van de exacte huur en het inkomen.

Wie heeft recht op huurtoeslag in 2026?

De algemene voorwaarden voor huurtoeslag zijn dat de aanvrager 18 jaar of ouder is, in een zelfstandige woonruimte huurt (eigen voordeur, eigen toilet, eigen keuken), op het adres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen, en de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel heeft. Onzelfstandige kamers, anti-kraakwoningen en de meeste vakantiewoningen vallen buiten de regeling, met enkele uitzonderingen voor specifieke woonvormen die in de Wht of het Besluit huurprijzen woonruimte als zelfstandig zijn aangemerkt.

Naast de woon- en inkomensvoorwaarden geldt een vermogensgrens. Voor 2026 is die €38.479 voor een alleenstaande en €76.958 voor toeslagpartners samen. Het vermogen wordt vastgesteld op basis van de Box 3-grondslag op 1 januari van het toeslagjaar. Eigen vermogen boven de grens — spaargeld, beleggingen, een tweede huis — sluit huurtoeslag uit, ook als het inkomen laag is. Voor medebewoners die geen toeslagpartner zijn telt eigen vermogen apart en kan deze toch tot uitsluiting leiden als die individueel boven de grens komt.

De inkomensgrens is in 2026 niet meer een harde drempel maar wordt impliciet vormgegeven via de basishuur. Toch geldt globaal: voor een alleenstaande is huurtoeslag bij een toetsingsinkomen boven circa €33.000 vrijwel altijd nul, voor meerpersoonshuishoudens ligt dat omslagpunt rond €40.000-€44.000 afhankelijk van leeftijd en huur. Voor AOW-gerechtigden gelden iets ruimere rekentabellen omdat de verzilvering van de basishuur op pensioenleeftijd hoger uitvalt.

De jongerenregeling is in 2026 ingeperkt. Tot 21 jaar geldt een lagere maximumhuur (€498,20). Wie jonger is dan 18 heeft alleen in bijzondere situaties recht — bijvoorbeeld bij voogdij of als ouder zonder toeslagpartner. De grens van 23 jaar uit oudere regelingen is per 1 januari 2026 dus naar 21 verlaagd, een wijziging die in de praktijk vooral 21- en 22-jarigen met huren tussen €500 en €933 raakt: zij komen voortaan in aanmerking voor de standaardhuurgrens.

Hoe vraag je huurtoeslag aan?

Huurtoeslag wordt aangevraagd via Mijn toeslagen op de website van de Belastingdienst, met DigiD-inlog. Voor een lopend toeslagjaar kun je tot 1 september van het volgende jaar aanvragen — voor het toeslagjaar 2026 dus tot uiterlijk 1 september 2027. Aanvragen kan in beginsel met terugwerkende kracht binnen het toeslagjaar; aanvraag op 1 juli 2026 leidt tot uitbetaling vanaf januari 2026 als alle voorwaarden vanaf januari golden.

De aanvraag vereist het BSN van aanvrager, partner en eventuele medebewoners, het verwachte jaarinkomen 2026 (geschat), gegevens over de woning (huuradres, kale huur exclusief servicekosten, type woonruimte) en een Nederlandse bankrekening. Sinds 2026 wordt expliciet om de "kale huur" gevraagd; vraag de huurspecificatie bij de verhuurder op of werk met de huurprijs uit het huurcontract minus de gespecificeerde servicekosten.

Wijzigingen die je moet doorgeven omvatten: een nieuw adres, een nieuwe partner of medebewoner, een vertrek van een medebewoner, een wijziging van het inkomen — bijvoorbeeld een nieuwe baan, ontslag, verhoging — een trouwerij, een scheiding, een geboorte, een vertrek naar het buitenland of een onverwachte erfenis die het vermogen boven de grens duwt. Wijzigingen kunnen direct via Mijn toeslagen of telefonisch via 0800-0543. Het tijdig doorgeven voorkomt grote nabetalingen of terugvorderingen achteraf.

Na de aanvraag volgt een voorschotbeschikking met het maandbedrag. Uitbetaling gebeurt vooraf, rond de 20e van de maand voorafgaand aan de toeslagmaand. Na afloop van het toeslagjaar volgt — meestal 6 tot 18 maanden later — de definitieve berekening op basis van het werkelijke inkomen uit de aangifte inkomstenbelasting. Tegen de definitieve beschikking staat bezwaar open binnen zes weken. Tegen de afwijzing van bezwaar is beroep bij de bestuursrechter mogelijk en daarna hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitbetaling, voorschot en definitieve toekenning

De huurtoeslag wordt maandelijks vooraf uitgekeerd op de bankrekening van de aanvrager. Een aanvraag voor toeslagjaar 2026 levert dus eerst een voorschot op basis van het geschatte inkomen, en pas na het indienen en verwerken van de aangifte inkomstenbelasting 2026 — meestal in 2027 of begin 2028 — een definitieve berekening. Verschillen worden bijbetaald of teruggevorderd.

Terugvorderingen ontstaan typisch wanneer het werkelijke inkomen hoger uitvalt dan geschat (bijvoorbeeld door onverwacht overwerk, een eenmalige bonus, een ontslagvergoeding, of een nieuw partnerinkomen). Een nabetaling ontstaat als het inkomen lager uitvalt, een huishoudensituatie wijzigt in het voordeel van de aanvrager of een huurverhoging niet was meegenomen. Beide bedragen worden gespreid uitbetaald of, in het geval van terugvorderingen, in een betalingsregeling van standaard 24 maanden — verlenging tot 60 maanden is mogelijk bij betalingsproblemen.

De Awir kent een matigingsbevoegdheid bij terugvorderingen wanneer het bedrag in geen verhouding staat tot het tekort dat de aanvrager kan hebben veroorzaakt. Sinds de hervorming van het toeslagenstelsel na de toeslagenaffaire wordt deze bevoegdheid coulanter toegepast, met name bij terugvorderingen van enkele duizenden euro's bij huishoudens met een laag inkomen. Een verzoek tot matiging gaat via Dienst Toeslagen en kan onderbouwd worden met bewijs van financiële omstandigheden.

De uitbetaling stopt automatisch wanneer een wijziging is doorgegeven die het recht beëindigt: vertrek uit Nederland, verhuizing naar een onzelfstandige woonruimte, vermogen boven de grens of inkomen boven de afbouwgrens. Wie geen wijziging doorgeeft maar de Belastingdienst krijgt later wel signalen (bijvoorbeeld via de BRP of de aangifte), riskeert een boete van 25 tot 100% van het ten onrechte ontvangen bedrag bij ernstige verwijtbaarheid. In de praktijk wordt voor reguliere fouten alleen het ten onrechte ontvangen bedrag teruggevorderd zonder boete.

Samenloop met andere woon- en inkomensregelingen

Huurtoeslag is een van de vier rijkstoeslagen. De andere drie zijn zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget. Voor zorgtoeslag en kindgebonden budget gelden eigen inkomens- en vermogensgrenzen die los staan van de huurtoeslag, maar de Awir-systematiek (toetsingsinkomen, partnerbegrip, voorschot/definitief) is gelijk. Een gezin met laag inkomen kan in de praktijk vier toeslagen tegelijk ontvangen, samen vaak goed voor enkele honderden tot meer dan duizend euro per maand.

Naast rijkstoeslagen kennen veel gemeenten en provincies eigen woonkostenregelingen. Voorbeelden zijn de individuele bijzondere bijstand voor woonkosten, een minimaregeling voor energiekosten of een lokale energietoeslag. Deze regelingen lopen doorgaans via de gemeente waar je woont en zijn niet gekoppeld aan Dienst Toeslagen. Wie huurtoeslag ontvangt heeft vaak ook recht op andere gemeentelijke regelingen — informeer altijd bij het gemeentelijk loket of via Geldwijzer of Berekenuwrecht.

Voor huurders die in een gereguleerd huursegment wonen kan huurprijsbescherming via de Huurcommissie aanvullend zijn. Een te hoge huur ten opzichte van het puntenstelsel kan met succes bestreden worden, waardoor zowel de huur als de huurtoeslagberekening gunstiger uitvalt. Voor woningen in de vrije sector boven de liberalisatiegrens (€933 in 2026) is huurprijsbescherming beperkt tot de eerste zes maanden van het contract; daarbuiten is het vooral de markt die de huur bepaalt.

Bijstand (Participatiewet) en huurtoeslag zijn cumuleerbaar. Een bijstandsuitkering wordt als toetsingsinkomen meegenomen, maar valt onder een gunstige rekentabel; bijstandsgerechtigden hebben vrijwel altijd het maximale recht binnen hun huurschijf. Sinds de Wet versterking regie volkshuisvesting (geleidelijk in werking getreden 2024-2026) is daarnaast extra aandacht voor huishoudens in betalingsproblemen, met vroegsignalering door corporaties en gemeenten en een wettelijk recht op een betalingsregeling.

Geschiedenis en evolutie van de huurtoeslag

De huurtoeslag heeft historische wortels in de individuele huursubsidie (IHS), die in 1970 werd ingevoerd. Doel was destijds om huurders met lagere inkomens in een tijd van snelle huurliberalisatie tegemoet te komen. De IHS werd in 1997 hervormd tot de Huursubsidiewet, die de eerste expliciete koppeling met inkomenstabellen en huurschijven invoerde. In 2006 werd dit met de Wet op de huurtoeslag (Wht) ondergebracht in het toeslagenstelsel onder de Belastingdienst.

De Wht heeft sindsdien meerdere ingrijpende wijzigingen gekend. In 2020 werd de harde inkomensgrens vervangen door een geleidelijke afbouw, waardoor een euro extra inkomen niet meer leidde tot honderden euro's verlies aan toeslag. In 2022-2024 lag de focus op huurprijsdaling, een tijdelijke verhoging van de huurtoeslag voor middeninkomens en op het herstel van vertrouwen na de kinderopvangtoeslagaffaire. In 2025 werd het wettelijk kader herschreven om de Wet versterking regie volkshuisvesting te integreren.

De bedragen en grenzen zijn in tien jaar tijd flink veranderd. De maximumhuurgrens lag in 2016 op €710,68; in 2026 is dit €932,93 — een stijging van circa 31%, in lijn met de algemene huurontwikkeling. De basishuur lag in 2016 op €223,42 voor de meeste huishoudens; in 2026 is dat €268,18, een stijging van circa 20%. De vermogensgrens steeg van €24.437 (2016) naar €38.479 (2026) voor een alleenstaande, een stijging van circa 57% — sneller dan de inflatie maar trager dan de gemiddelde huizenprijs.

De jongerenregeling is een aparte historische lijn. De huidige tweede maximumhuur (laag) voor jongeren bestaat al sinds 1997, met als rationale dat jongeren typisch in goedkopere kamers wonen. De grens van 23 jaar werd echter sinds invoering van de Wht in 2006 als arbitrair gezien: een 22-jarige met een zelfstandige woning werd onbedoeld benadeeld. De verlaging naar 21 jaar in 2026 corrigeert dat ten dele. Een verdere verlaging naar 18 jaar wordt politiek geregeld besproken, maar is nog niet aangenomen.

Regionale verschillen en de schaarstemarkt

De huurtoeslag is een nationale regeling met dezelfde formule in heel Nederland. Toch werkt zij in de praktijk regionaal heel verschillend. In Amsterdam, Utrecht en grote delen van de Randstad is het aanbod van zelfstandige sociale huurwoningen onder de €933-grens beperkt; wachtlijsten van 8 tot 14 jaar zijn gangbaar. Wie eenmaal een sociale huurwoning heeft, is dus relatief vaker huurtoeslag-gerechtigd, maar de toegang tot het stelsel is ongelijk verdeeld.

In delen van Limburg, Zeeland, Drenthe en Friesland is de wachttijd korter en is een huur ruim onder de maximumhuurgrens normaal. De huurtoeslag-aanvraag is daar makkelijker, maar de bedragen zijn meestal lager omdat de absolute huur al rond €500-€700 zit. Het netto-effect — beschikbaar inkomen na huur en toeslag — is in regio's met lagere huren vaak gunstiger, ondanks lagere bruto huurtoeslagen.

De Wet doorstroming huurmarkt en de Wet betaalbare huur (2024) hebben het middensegment gereguleerd. Huurwoningen in de "middenhuur" tussen circa €933 en €1.184 per maand vallen sinds 2024 onder een puntenstelsel-plafond. Dit raakt huurtoeslag indirect: woningen die voorheen in de vrije sector zaten en buiten huurtoeslag vielen, kunnen na hertaxatie binnen de huurtoeslaggrens vallen en alsnog toeslagrecht openen — al moet de aanvrager de huur dan eerst via de Huurcommissie laten verlagen.

Een aparte regionale dynamiek geldt voor studenten en jongeren. Studentensteden zoals Groningen, Leiden, Delft en Wageningen kennen zowel een groot kameraanbod (geen huurtoeslag) als studio-aanbod (wel huurtoeslag bij eigen voordeur en kookfaciliteit). Per 2026 is de jongerenmaximumhuur €498,20 — voor studio's van €500-€700 in een studentenstad ligt dat dus boven de jongerengrens. Wie 21 of ouder is valt automatisch in het standaardtarief van €932,93 en komt daardoor vaker in aanmerking voor een hogere toeslag.

Veelgestelde vragen, bezwaar en terugvorderingen

Krijg ik huurtoeslag als ik een huurwoning deel met een huisgenoot? Dat hangt af van het type woning. Als ieder een eigen zelfstandige woonruimte huurt (eigen voordeur, eigen keuken en eigen toilet), kan iedereen apart huurtoeslag aanvragen. Bij een gedeelde woning zonder eigen voorzieningen geldt de woning als onzelfstandig en is er meestal geen recht. Of de huisgenoot je toeslagpartner is, hangt af van de Awir-criteria — een puur kostendelend contract maakt iemand nog geen toeslagpartner.

Werkt de huurtoeslag ook bij een tijdelijk huurcontract? Ja, mits het gaat om een zelfstandige woonruimte en je voldoet aan de overige voorwaarden. Een tijdelijk huurcontract op grond van de Wet doorstroming huurmarkt is voor de huurtoeslag inhoudelijk gelijk aan een vast contract; de duur van het contract heeft geen invloed op het recht.

Mag ik bezwaar maken tegen een terugvordering? Ja, binnen zes weken na de definitieve beschikking kun je bezwaar maken via Mijn toeslagen of schriftelijk. Veelvoorkomende bezwaargronden zijn: een verkeerde inschatting van het toetsingsinkomen, een fout in de partner- of medebewonersbepaling, een rekenfout in de basishuur of een hardheidsclausule bij overmacht. Bij afwijzing van het bezwaar staat beroep open bij de bestuursrechter (rechtbank) binnen zes weken na het besluit.

Wat als ik in 2026 te veel verdien voor het hele jaar maar tijdelijk minder? De huurtoeslag wordt over het hele jaar berekend, niet per maand. Een tussentijdse inkomensdaling helpt dus alleen als het jaarinkomen daardoor onder de afbouwgrens blijft. Bij een grote inkomensschommeling is het verstandig om de schatting tussentijds bij te stellen via Mijn toeslagen, zodat je geen voorschotten ontvangt die later moeten worden terugbetaald.

Telt mijn auto mee voor de vermogenstoets? Privéauto's in eigen gebruik tellen niet mee voor de vermogenstoets — alleen het Box 3-vermogen op 1 januari. Spaargeld, beleggingen, een tweede huis en bepaalde levensverzekeringen tellen wel mee. De drempel van €38.479 (alleenstaande) of €76.958 (toeslagpartners) is een harde grens: één euro daarboven sluit huurtoeslag voor het hele jaar uit.

Klaar om aan te vragen?

Buronia helpt u de volledige aanvraag voor Huurtoeslag voor te bereiden — alle verplichte velden vooringevuld, alle bijlagen gecontroleerd, één verzending naar de bevoegde instantie.

Naar de volledige Huurtoeslag-overzichtspagina →